Methodiek 'in veilige handen' ter voorkoning van misbruik´╗┐

 

Omschrijving

Als vereniging of vrijwilligersorganisatie is niets zo fijn als kunnen zeggen dat je een geoliede machine bent die haar zaakjes goed op orde heeft. Daar hoort ook bij dat de fysieke en sociale veiligheid gegarandeerd is, zowel voor vrijwilligers als voor bezoekers of klanten. Helemaal als je als organisatie met en voor minderjarigen werkt, is zorgen voor een veilige omgeving waarin kinderen en jongeren kunnen groeien en bloeien heel belangrijk. En dan gaat het niet alleen om een fysiek veilige (speel) omgeving en veilige materialen, maar ook om het voorkomen van seksueel misbruik.

De schade die seksueel misbruik aanricht is groot. Allereerst bij de slachtoffers, maar ook bij de vrijwilligersorganisatie waar het plaatsvond. Het kan leden kosten, het plezier bederven en de prestaties van kinderen/jongeren verminderen. Het is dus van groot belang om te voorkomen dat minderjarigen in het vrijwilligerswerk seksueel misbruikt worden, dat staat vast. Maar hoe doe je dat binnen een vereniging of vrijwilligersorganisatie? Als antwoord op die vraag ontwikkelde Vereniging NOV (Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk) in opdracht van het Ministerie van Justitie een stappenplan dat begint bij het bespreekbaar maken binnen het bestuur en eindigt bij het voorlichten van alle betrokkenen over de maatregelen die zijn genomen om de kans op seksueel misbruik zo klein mogelijk te maken. 

De dertien stappen waaruit het plan bestaat, helpen je om achter de schermen alles zo te regelen dat minderjarigen echt in veilige handen zijn binnen het vrijwilligerswerk. 

Jongerenvereniging KPJ LImburg geeft voorlichtingsavonden aan lokale vrijwilligersorganisaties en leidt vrijwilligers op tot ‘adviseur sociale veiligheid’. Dit is een vrijwilliger die tot taak heeft het bestuur te adviseren en bij te dragen aan de invoering van preventieve maatregelen in de organisatie. Tevens wordt hij/zij opgeleid om bij incidenten handelend op te treden, zodat naar de juiste hulporganisaties kan worden doorverwezen en dat er goede opvang wordt gerealiseerd.